Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD6120

Datum uitspraak2008-02-07
Datum gepubliceerd2008-07-02
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200706168/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 2 juli 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) ingestemd met het op 8 februari 2007 door [vennootschap] ingediende saneringsplan voor de voormalige stortlocatie op de oostelijke oever van de Aamseplas te Elst.


Uitspraak

200706168/1. Datum uitspraak: 2 juli 2008   AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], gevestigd te [plaats], en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 2 juli 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) ingestemd met het op 8 februari 2007 door [vennootschap] ingediende saneringsplan voor de voormalige stortlocatie op de oostelijke oever van de Aamseplas te Elst. Tegen dit besluit heeft [vennootschap] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 augustus 2007, beroep ingesteld. Nadien is de naam van deze vennootschap gewijzigd in [appellante] Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juni 2008, waar [appellante], vertegenwoordigd door ing. H.A. Pistorius, en het college, vertegenwoordigd door mr. K.J. Arends en ir. W. van Hoorn, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. [appellante] heeft bij haar naar voren gebrachte zienswijze tegen het ontwerp-besluit verzocht om het namens haar ingediende saneringsplan te wijzigen. Het college heeft volgens [appellante] ten onrechte ingestemd met het saneringsplan zoals dat op 8 februari 2007 is ingediend in plaats van met het voorgestelde gewijzigde plan. 2.1.1. Het ingediende saneringsplan moet worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van Algemene wet bestuurswet om een besluit over instemming met het plan te nemen. Het college heeft bij de totstandkoming van dit besluit de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals neergelegd in paragraaf 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, toegepast. Wanneer de uniforme openbare voorbereidingsprocedure wordt toegepast, moet in beginsel op de aanvraag worden beslist zoals die is ingediend en met het ontwerp van het besluit ter inzage is gelegd. Na de aanvang van de terinzagelegging is het niet meer geoorloofd de aanvraag nog te wijzigen en aan te vullen, tenzij vaststaat dat daardoor geen derden zijn benadeeld. 2.1.2. De door [appellante] voorgestelde wijziging van het op 8 februari 2007 ingediende saneringsplan dateert van na aanvang van het ter inzage leggen van het saneringsplan en het ontwerpbesluit. Ter zitting is gebleken dat deze voorgestelde wijziging niet van ondergeschikte aard is. Het staat dan ook niet vast dat geen derden worden benadeeld door de wijziging. Het college heeft daarom terecht geweigerd in te stemmen met de door [appellante] voorgestelde wijziging van het saneringsplan en heeft terecht slechts beslist over met het saneringsplan zoals ingediend op 8 februari 2007. 2.2. Het beroep is ongegrond. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, voorzitter, en mr. J.H. van Kreveld en mr. W. Sorgdrager, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat. w.g. Brink w.g. Van der Zijpp voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2008 262-492.